Status februari 2019 vijftigplus woonproject Groenstaet, Gouda

 


Vereniging Woongroep Groenstaet
Sportlaan 83b
2806 HC GoudaKVK nr.: 69558574
Rek. nr.: NL35 INGB 0008 0364 22
tel. nr.: 0681389914
verenigingwoongroep@groenstaet.nl

Kenmerk: VWG-14-20190225

Betreft: Status februari 2019 vijftigplus woonproject Groenstaet, Gouda

Gouda, 25 februari 2019

Geachte Leden, Belangstellenden,

In het artikel in de Goudse Post van 6 februari jl. is een interessante quote van een woordvoerder van de gemeente Gouda te lezen, namelijk:

"De ontwikkeling van Groenstaet loopt al een aantal jaren en het plan is in de loop van de tijd sterk gewijzigd. Zo is het plan minder massief geworden en sluit het nu beter aan op de omgeving. Het bouwinitiatief is recent met de ontwikkelaar besproken, de conclusies daarvan zijn gedeeld met de omwonenden evenals de second opinion van het extern stedenbouwkundig bureau. De keuze voor dit bureau is in overleg met de buurt tot stand gekomen. Onze conclusie is dat het ontwerp en de woonfunctie passend zijn voor de omgeving, maar dat er nog niet aan alle ruimtelijke randvoorwaarden wordt voldaan. Deze conclusie is in grote lijn ook de bevinding van de second opinion.”

Volgens Groenstaet Ontwikkeling zijn zij actief in overleg met de gemeente betreft deze laatste randvoorwaarden en hopen op korte termijn een akkoord te bereiken. Hierna kan ‘eindelijk’ de definitieve bestemmingsplanwijziging procedure worden gestart. Het aantal woningen is wederom met vijf stuks teruggebracht naar het totaal van 59 woningen, dit vooral om de enkele omwonenden tegemoet te komen die het plan te massaal vinden. Bovendien is er een verdiepte parkeergarage aan het plan toegevoegd, dit brengt vanzelfsprekend extra kosten met zich mee. Groenstaet Ontwikkeling lost hiermee de mogelijke extra parkeerdruk op, zij hopen in het najaar van 2019 te kunnen starten met de eerste bouwactiviteiten. Verder is ter oren gekomen dat de constructeur is gecontracteerd en is Groenstaet Ontwikkeling in een vergevorderd stadium met de aannemer.

Voor ons, De Vereniging Woongroep Groenstaet
Voor ons, De Vereniging Woongroep Groenstaet, kan het bereiken van het akkoord alsmede de afronding van de formele procedure niet snel genoeg voltooid zijn. Dan kunnen ook wij eindelijk verder met de nadere vormgeving van onze vereniging, kunnen wij verder waar we gebleven waren en wel met het concrete plaatje. Wij organiseren graag weer een VWG-bijeenkomst om verder te discussiëren over het definitieve karakter van onze vereniging en bovendien onze stem te laten horen in de indeling en aankleding van het gebouw. De gemeente (de betreffende ambtenaren) en de architect zullen het eens moeten worden over de definitieve vorm en afmetingen, zoals parkeren, groen, rooilijnen, et cetera, vervolgens kan de bestemmingsplanprocedure in gang worden gezet. Overigens heeft Groenstaet Ontwikkeling de kapvergunningaanvraag ingediend, dit voor de bomen die voor het bouwplan in de weg staan. Wij hopen dat er de komende maanden voldoende progressie in deze ontwikkelingen zijn, zodat wij u weer kunnen uitnodigen voor een bijeenkomst.

Verder in deze nieuwsbrief:
Zoals u van ons gewend bent de rubriek ‘uit de media’. In deze rubriek plaatsen wij voor iedere nieuwsbrief relevante krantartikelen. Met name op het gebied van Ouderen zorg/wonen en duurzaam bouwen/wonen of een combinatie hiervan.

Deze keer beginnen we met een artikel uit het Algemeen Dagblad van 2 februari jl. betreft het Groenstaet project zelf. Daarnaast een interessant artikel uit de Volkskrant over de prijsstijgingen van nieuwbouwwoningen en voornamelijk ‘groene’ nieuwbouwwoningen. En nog twee interessante artikelen uit het NRC, één over duurzame energie, de andere over ouderenzorg.


Artikel: ‘Plan Groenstaet mist alleen puntjes op de i’ 

GA-0022-20190220


‘Plan Groenstaet mist alleen puntjes op de i’
Algemeen Dagblad, 2 februari 2019

Gouda  Als alles meezit verwachten Fred Hegie en StudioDAT in het najaar te kunnen beginnen met de bouw van Groenstaet. Dit schrijft hij in een nieuwsbrief aan de gemeenteraad.

Groenstaet moet het groenste 50-pluswoongebouw van Gouda worden en komt op de plek van de voormalige Land- en Tuinbouwschool in Gouda-Oost. Over de telkens gewijzigde plannen is veel te doen. Een aantal buurtbewoners vindt het bouwplan te massaal en is tegen een toren die in de tekeningen is opgenomen. Een extern stedenbouwkundig bureau heeft onderzoek gedaan en volgens de gemeente komt die net als b en w tot de conclusie dat het laatste plan passend is voor de omgeving.

Wel moet er nog aan enkele randvoorwaarden worden voldaan. “Zodra dit plan door de ontwikkelaar is aangepast, wordt er weer overlegd om dit te beoordelen. Daarna wordt het besproken met de buurtbewoners”, aldus een woordvoerder van de gemeente. Hegie is positief “ StudioDAT en ik zijn volop bezig geweest om met ambtenaren en wethouder Rogier Tetteroo Groenstaet dichterbij te brengen. Binnenkort is overleg op ambtelijk niveau om de puntjes op de i te zetten. Dan zijn we niet zover meer af om de definitieve bestemmingsplanwijzigingsprocedure op te starten.


Artikel: ‘Welke factoren jagen de prijs van nieuwbouwwoningen op?’

GA-0023-20190220

Volkskrant
ANALYSE NIEUWBOUW

Welke factoren jagen de prijs van nieuwbouwwoningen op?

Nieuwbouwhuizen zijn met een gemiddelde verkoopprijs van 361 duizend euro ruim 60 duizend euro duurder dan de gemiddelde koopwoning. In een jaar tijd ging die prijs met bijna 14 procent omhoog. Hoe komt dat?

Marc van den Eerenbeemt
28 januari 2019, 17:36

Nieuwbouwhuizen in de wijk Woerdblok in Naaldwijk. Beeld Raymond Rutting/ de Volkskrant

Weinig aanbod
Wie een huis wil kopen, kan kiezen uit vier woningen, berekende de NVM eerder deze maand. Die beperkte keuze – in totaal 68 duizend woningen – wordt door de makelaarsvereniging omschreven als een krappe woningmarkt. Deels is dat de tragiek van de opkomende markt. Huiseigenaren blijven zitten waar ze zitten in de hoop op verdere prijsstijging. Ze zijn ook benauwd dat zij geen goed alternatief vinden – er staat immers weinig te koop.

Beleggende kopers
Voor de meestgewilde huizen staan de kopers in de rij. Er is bovendien een concurrent bijgekomen: een groeiende groep particuliere beleggers. Uit eigen middelen of aangemoedigd door nieuwe eigen hypotheekvormen azen zij vooral op de goedkopere woningen, die bij verhuur een aantrekkelijk rendement kunnen bieden. Vooral starters op de woningmarkt hebben daar last van.

Lage rente
De hypotheekrente is historisch laag als gevolg van het agressieve rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Een rente van circa 2 procent per jaar steekt fleurig af bij voormalige toprentes van tussen de 6 en 12 procent. Ook al is de hypotheekrenteaftrek al flink beperkt (tot maximaal 37 procent in 2023), komt een aflossingsvrije lening niet meer in aanmerking voor de fiscale aftrek van hypotheekrente en moet er dus worden afgelost, de maandelijkse woonlasten kunnen daardoor meevallen.

Grotere huizen
Alhoewel de microwoning in de grote steden in opmars is, zetten ontwikkelaars bij voorkeur grotere en dus duurdere woningen neer. Dat duwt de gemiddelde prijs voor een nieuwbouwhuis omhoog. Woningmarkteconoom Philip Bokeloh van ABN Amro: ‘In crisistijd gingen projectontwikkelaars meer bouwen voor starters, in een lager prijssegment. Toen met het stijgen van de huizenprijzen de doorstromers weer boven water kwamen, zochten zij onmiddellijk weer het hogere prijssegment op.’

Hoge bouwkosten
De kosten voor bouwers lopen snel op. Niet alleen de woningbouw is aangetrokken, er wordt ook weer flink verbouwd aan woningen, deels bij gebrek aan alternatief. De grote vraag naar bouwgrond en bouwmaterialen doet de prijzen snel stijgen. Verder zijn tijdens de crisis veel vaklieden ontslagen, zegt Cees-Jan Pen, lector aan de Fontys Hogeschool. Als zzp’er vragen ze nu een uurloon dat past bij de hoogconjunctuur in hun sector.

Binnenstedelijk bouwen
De nieuwe huizen moeten vooral worden gerealiseerd binnen de grenzen van dorpen en steden, benadrukt minister Ollongren van Wonen. Dit ‘verdichten’ is duurder dan ‘bouwen in het groen’, klaagt de NVB, een vereniging van bouwers. Het gaat vaak om kleinere projecten en de kans op vertraging is levensgroot, bijvoorbeeld door buren die de bouw willen tegenhouden via een gerechtelijke procedure. Cees-Jan Pen waarschuwt voor de verborgen kosten van ‘bouwen in het groen’. Je zult daar immers ook wegen en andere voorzieningen moeten aanleggen. Bovendien verliest Nederland zo natuur en uitzicht. Pen: ‘Ook dat heeft economische waarde.’

‘Groen’ bouwen
Sinds afgelopen zomer mag een nieuwbouwhuis geen aansluiting op het aardgasnetwerk meer hebben. ‘Gasloos’ bouwen brengt extra kosten met zich mee, naar schatting enkele tienduizenden euro’s. Een duurzaam huis heeft extra isolatie en een andere manier van verwarming, zoals een warmtepomp. Hoogleraar grondbeleid aan de TU Delft Willem Korthals Altes relativeert de betekenis van die kosten. Je kunt die maatregelen immers meefinancieren in je hypotheek. Bovendien bespaar je op de lange termijn juist flink op energiekosten. Dus is het huis bij verkoop ook nog eens meer waard.

De markt
De ontwikkeling van de nieuwbouwprijzen is uiteindelijk ‘gewoon het verhaal van vraag en aanbod’, denkt hoogleraar Korthals Altes. ‘Bouwers willen de maximale prijs, maar je kunt niet voor meer verkopen dan de markt wil geven. Kennelijk wil en kan de consument die prijzen gewoon betalen.’

Bouwkosten spelen maar een beperkte rol, denkt ook Bokeloh. ‘Natuurlijk zal de bouwer proberen die kosten door te berekenen, maar het is uiteindelijk de markt die de prijs bepaalt. Is een bouwproject al begonnen en stijgen de kosten, dan zal de bouwer dat moeten opvangen in zijn winstmarge. Of hij beknibbelt op de kwaliteit van zijn product.’

Artikel: ‘Groene waterstoffabriek wordt belangrijk onderdeel energiesysteem’
GA-0024-20190220

‘Groene waterstoffabriek wordt belangrijk onderdeel energiesysteem’

Energie De stroom van de toekomst laat zich niet sturen. Hoe vangen we pieken van zonne- en windenergie op? Netbeheerder Tennet en Gasunie publiceren een klimaatneutraal scenario.

  • Hester van Santen
  • Erik van der Walle

NRC 15 februari 2019

Om de samenleving van 2050 te laten draaien op groene stroom, heb je ook het gasnet nodig, betogen Han Fennema (Gasunie) en Manon van Beek (Tennet).Foto Roger Cremers 

Windenergie komt als de wind waait, zonne-energie op een mooie februaridag. De elektriciteit van de toekomst laat zich niet sturen. Dat merkte Tennet, beheerder van elektriciteitsnetten in Nederland en Duitsland, het afgelopen jaar al.

Duitse windmolens, vertelt bestuursvoorzitter Manon van Beek van staatsbedrijf Tennet, moesten op winderige dagen regelmatig worden stilgezet. Door al die elektriciteit die met windturbines wordt opgewekt, dreigde het Duitse net op sommige momenten overbelast te raken.

Daarom werden de molens dan afgeschakeld. Het was zonde, en duur. In 2018 betaalde Tennet, dat ook het hoogspanningsnet in een deel van Duitsland beheert, al 480 miljoen euro aan de uitbaters van Duitse windparken, als vergoeding voor hun gederfde stroominkomsten. „Dat is natuurlijk ongelofelijk veel”, zegt Van Beek. Het is geld dat uiteindelijk wordt betaald door de Duitse samenleving, niet door Tennet. Als er nog meer wind- en zonneparken komen, wordt dat risico alleen maar groter. „En het gaat erom dat die duurzame energie ook optimaal benut wordt.”

Die parken komen er, evenals de uitbreidingen van het net. Om klimaatverandering beperkt te houden, moet de uitstoot van broeikasgassen naar nul. In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2050 95 procent minder CO2-uitstoot dan in 1990. Om dat te bewerkstelligen, gaat Nederland twee, drie keer zoveel stroom gebruiken. Stroom, bovendien, die voor een groot deel van wind- en zonneparken komt en daarom niet, zoals nu, op afroep beschikbaar is. Het is een complete ommekeer, in slechts drie decennia.
Netto-importeur
Aan tafel in de bestuurskamer van Tennet in Arnhem zit voorzitter Manon van Beek om daarover te praten. Naast haar Han Fennema, de hoogste baas van Gasunie, eigenaar van het landelijke gasnetwerk. Want, betogen Gasunie en Tennet in een scenarioschets die vrijdag verscheen: om de samenleving van 2050 te laten draaien op groene stroom, heb je ook het gasnet nodig.
CV
Manon van Beek (1970) begon in 1996 bij adviesbureau Accenture en kreeg in 2013 de leiding over Accenture Nederland. Daarnaast was ze voor Europa, Latijns-Amerika en Afrika verantwoordelijk voor de adviestak die elektriciteitsbedrijven bedient. De econoom (Vrije Universiteit) kwam op 1 september 2018 naar Tennet en nam het voorzitterschap van Mel Kroon over.
CV
Han Fennema (1964) was voor zijn komst naar Gasunie in 2014 bestuursvoorzitter van de regionale netbeheerder Enexis. Daarvoor was hij actief bij energiebedrijf Eneco, waarvan netbeheerder Stedin toen nog deel uitmaakte.
Fennema studeerde in 1986 aan de Universiteit Twente af in informatica, en begon zijn loopbaan bij energieconcern ExxonMobil.
Van Beek: „Als je de bestaande gasinfrastructuur beter benut, kan dat voor Tennet leiden tot minder investeringen.” Het klimaatakkoord gaat over de periode tot 2030. „Voor ons is dat morgen”, zegt ze. En tegelijk moeten zij en Fennema vooruitkijken naar 2050 – omdat planning, vergunningen en aanleg van zo’n netwerk al gauw vijftien jaar in beslag nemen.
Gas en elektriciteit waren tot nu toe grotendeels gescheiden werelden. Tennet is er voor het hoogspanningsnet, Gasunie voor het aardgasnet – in Nederland én Duitsland. Maar dat verandert snel. Vorig najaar is Nederland voor het eerst sinds een halve eeuw netto-importeur geworden van aardgas. In 2050 levert dat aardgas nog maar 1 procent van de energie in Nederland, voorziet Gasunie. Verwarming, transport en chemische processen zullen op elektriciteit draaien. Als dat technisch niet kan, worden ze gevoed met andere gassen: ‘groen gas’ (methaan uit bijvoorbeeld mestvergisting) en vooral waterstof. „Waterstof ligt voor de hand, want dat kun je maken met groene stroom”, zegt Fennema.Zo raken de gas- en stroomvoorziening innig met elkaar verbonden. En daarom schreven de twee staatsbedrijven voor het eerst samen een toekomstvisie, de Infrastructure Outlook 2050.
Ommekeer

In die visie gebruiken fabrieken veel groene stroom en stoten ze nauwelijks nog CO2 uit. Kolencentrales zijn gesloopt, gascentrales draaien alleen in geval van nood. Op de Noordzee staan uitgestrekte windparken en op binnenwateren dobberen zonnepanelen. De stroomvraag wordt misschien wel twee keer zo groot.

De studie laat zien: afhankelijk van hoe het gas- en elektriciteitsnet wordt aangelegd, kan die ommekeer goed of slecht uitpakken. Goedkoop wordt het zeker niet, maar de kosten kunnen miljarden hoger of lager uitvallen. Als verkeerde keuzes worden gemaakt, kan zelfs de energievoorziening in gevaar komen. Van Beek: „We kunnen heel veel, maar we moeten ons wel kunnen voorbereiden.”

Over de potentiële voordelen van waterstof wordt al decennia geschreven. „Gestolde elektriciteit”, zoals Fennema het noemt. Waterstof kan een schone brandstof en industriële grondstof zijn: bij verbranding ontstaat alleen water. Waterstof is, in vergelijking met stroom, gemakkelijk en goedkoop te vervoeren en op te slaan.

Maar er is een belangrijke voorwaarde: die waterstof moet wel duurzaam worden geproduceerd, door water te splitsen. Dat kan met CO2-vrije elektriciteit uit wind, zon of kerncentrales. Wereldwijd wordt waterstof nog nauwelijks zo gemaakt, omdat het veel te duur is. Maar Gasunie en Tennet voorzien dat grote, groene waterstoffabrieken een belangrijk onderdeel worden van het energiesysteem. Ze becijferen dat er de komende decennia mogelijk tientallen worden gebouwd in Nederland.

Voor zo’n elektrische waterstoffabriek zijn enorme hoeveelheden groene stroom nodig. In West-Europa kunnen de stroomoverschotten bij harde wind – die nu nog 480 miljoen aan schadevergoeding kosten – uitkomst bieden. Juist de piekmomenten bij zonne- en windenergie zouden waterstof een boost kunnen geven. Ook een moeilijk te elektrificeren sector als de scheepvaart vraagt volgens Tennet om waterstof. De productie ervan kan, nu nog in theorie, bij windparken op zee gebeuren.

Daar geproduceerde waterstof heeft als bijkomend voordeel dat het elektriciteitsnetwerk niet extra wordt belast. Het gas wordt immers, bijvoorbeeld via het netwerk van Gasunie, vervoerd naar de gebruikers. Dat zullen in het begin vooral grote industriële complexen zijn, zoals Eemshaven, het Rotterdamse havengebied, Moerdijk en het Limburgse Chemelot. Bedrijven daar gebruiken niet alleen veel energie, ze hebben gas ook nodig als basisproduct of om hoge temperaturen te bereiken.

„Wij hebben de industrie gevraagd of zij behoefte heeft aan waterstof. Tsja, wat kost dat, vroegen zij”, zegt Fennema. Dat is een kip-eiprobleem, want de prijs wordt pas aantrekkelijk als het in grote hoeveelheden wordt geproduceerd. „Wij kunnen in 2030 de industriële gebieden met 90 procent van ons bestaande net verbinden. Dat gaat minder kosten dan een miljard euro.”

Niet alleen toekomstmuziek
Gasunie en Tennet voorzien dat waterstof in 2050 liefst 25 à 40 procent van de Nederlandse energiebehoefte dekt. Maar waterstof heeft voor sommige critici het imago van de vliegende auto. Klinkt leuk, wordt al lang over gesproken, maar gebeurt het ook? Het Internationaal Energieagentschap (IEA) was in een studie over de energietransitie (2017) uitermate sceptisch: waterstof was duur, „technologisch onrijp” en zou in 2050 slechts 1 procent van de mondiale energiebehoefte dekken. Maar inmiddels heeft de IEA een draai gemaakt en ziet het „een wereldwijd momentum”. Shell, dat wél altijd positief is over waterstof, gaat in zijn klimaatneutrale Sky-scenario uit van 10 procent waterstof aan het einde van de 21ste eeuw.
Volgens Fennema is waterstof niet alleen toekomstmuziek. „In Zeeuws-Vlaanderen gaat inmiddels via een bestaande aardgasleiding waterstof van chemiebedrijf Dow naar kunstmestproducent Yara. Over een kilometer of vijftien. Ons systeem kan het dus transporteren. Zo zijn we aan het experimenteren.”

Eigenlijk is het niet zo revolutionair, zegt Fennema lachend. „Ik heb onlangs Mel Kroon [de voorganger van Van Beek] bij zijn afscheid Jules Vernes boek The mysterious island cadeau gegeven. Dat is in 1874 uitgegeven, en daarin geeft de schrijver aan dat waterstof de toekomst heeft en kolen snel een ouderwetse bedoening zullen zijn. We kunnen nu doen alsof we heel vooruitstrevend zijn en het licht hebben gezien, maar dat valt wel mee.”

Volgens critici probeert Gasunie via waterstof en groen gas haar bestaansrecht te rekken. Fennema kent die geluiden. Hij wijst op de voordelen voor Nederland. In plaats van miljarden afschrijven op het aardgasnet, kan Nederland met waterstof veel geld besparen. Door de grote vraag naar duurzame energie worden de stroompieken in 2050 circa twee keer zo hoog als nu, blijkt uit de analyse, en raakt het elektriciteitsnet overbelast. Door elektrolyse-fabrieken te bouwen bij de windparken – en dus niet op willekeurige plekken – blijven die pieken beperkt. Fennema: „Door slim waterstof te gebruiken, kan de uitbreiding van het stroomnet beperkter blijven.”

Voorlopig blijft er nog gewoon aardgas door de leiding van Gasunie stromen. „Steeds minder uit Groningen en steeds meer uit Noorwegen en Rusland. In 2050 wordt de Nederlandse energiebehoefte nog altijd voor de helft door gas vervuld, maar dan zal dat groen gas en waterstof zijn.”

Fuseren

Om voldoende nieuwe infrastructuur te kunnen bouwen, moet de regelgeving veranderen waar monopolisten als Gasunie en Tennet aan zijn gebonden, benadrukt Van Beek. „Tennet is altijd volgend geweest; wij investeren op basis van plannen van anderen. Nu zie je dat mensen zonneparken willen aanleggen en soms jaren moeten wachten op uitbreiding van het netwerk. Dat loopt niet meer synchroon. Maar de huidige regels stimuleren ons niet om eerder te beginnen.”

Als Tennet en Gasunie zo veel met elkaar gaan optrekken, rijst de vraag of de twee beheerders dan niet beter kunnen fuseren. Die vraag leidt tot een ongemakkelijke stilte. Wisselende blikken. Is het denkbaar? „Ik zou zeggen dat het denkbaar is”, zegt Van Beek, „maar het is helemaal niet nodig, denk ik”.

Volgens Fennema is die vraag pas interessant als de twee bedrijven er de komende jaren niet in slagen Nederland op een klimaatneutrale toekomst voor te bereiden. „Ik vind het nu veel belangrijker om te kijken welk energiesysteem het meest in het belang van Noordwest-Europa is. Dat is veel leuker dan dat we ons afvragen of het hoofdkantoor van Gasunie en Tennet in Meppel of Hoogeveen komt. Daar word ik niet heel opgewonden van.”

WATERSTOFECONOMIE

In Nederland wordt nu al 9 à 10 miljard kubieke meter waterstof per jaar geproduceerd. Dat is een flinke bel – aan Gronings aardgas, bijvoorbeeld, werd vorig jaar 20 miljard kubieke meter gewonnen. Waterstof wordt vooral gebruikt in de industrie (raffinage, kunstmestproductie.

In het scenario van Gasunie en Tennet zal de Nederlandse productie van waterstof in 2050 zeker zes keer zo groot zijn, tenzij het op grote schaal wordt geïmporteerd. Die enorme groei maakt het des te belangrijker de waterstofproductie te verduurzamen. Nu komt bij het maken van waterstof veel CO2vrij. Waterstof wordt gemaakt uit aardgas, via een proces met hete stoom.

Over vergroening van de waterstofproductie is veel politieke discussie. De industrie wil CO2 die vrijkomt de komende jaren ondergronds gaan opslaan. Volgens het ontwerp-klimaatakkoord voor 2030 kan de sector daar subsidie voor krijgen. Gasunie ziet dat als een tussenoplossing. De waterstofproductie uit elektriciteit en water gebeurt nu alleen nog op kleine schaal, en is heel duur.

De grootste electrolyzer voor de productie van groene waterstof, van 10 megawatt, wordt nu door onder meer Shell gebouwd in Duitsland. Om een rol van betekenis te spelen in de energietransitie, moeten die fabrieken naar verwachting honderd keer zo krachtig worden.

Artikel: ‘Het vreemde verdwijnen van de verzorgingshuizen’
GA-0025-20190220

Het vreemde verdwijnen van de verzorgingshuizenOuderenzorg Het kabinet wil dat ouderen thuis wonen ‘zo lang het kan’. In verpleeghuis De Burcht zien ze de gevolgen en vragen ze zich af: waarom is het verzorgingshuis afgeschaft?

  • Enzo van Steenbergen- NRC 30 juli 2018
Bezoekers van de dagbesteding van verpleeghuis De Burcht. Daphne Euser (28), die de dagbesteding voor dementerenden leidt: „Eerst hadden we 130 euro per patiënt, nu 50 euro.”Foto David van Dam

In haar zorgwinkel met braces, scootmobielen, rollators en loopstokken zag vrijwilliger Haya Goutier (75) een paar jaar geleden dat Rotterdam Alexanderpolder veranderde. Er kwamen ineens niet alleen meer redelijk vitale ouderen die een beetje hulp nodig hadden of een diner van de speciale maaltijdservice.

Er was een mevrouw die uitriep: ‘Ik moet van mijn zoon nú in een verzorgingshuis, want straks mag het niet meer van de politiek!’ Een dochter die huilend kwam vertellen dat haar vader al weken geen eten voor zichzelf kocht. Of de telefoontjes, soms wel drie keer per dag, van de dementerende man die vraagt waar zijn eten blijft. Goutier: „Dan zeg ik: kijk maar in de koelkast, daar staan rode kool en appeltjes voor u klaar. Is-ie even gerustgesteld, belt-ie een paar uur later weer. Dan denk ik weleens: kan zo’n man nog wel thuis wonen?”

Goutier, een oud-lerares met glimmend zilveren sneakers en auberginekleurige nagellak, was een van de eersten die in haar wijk opmerkte dat de ouderenzorg aan het veranderen was. Eerste oorzaak: de afbouw van verzorgingshuizen, afgesproken door VVD, CDA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie in het Lente-akkoord (2012). Daardoor mogen alleen nog de meest kwetsbare mensen worden toegelaten tot een instelling. Tweede oorzaak: de hervorming van de langdurige zorg van het vorige kabinet waardoor gemeenten een grotere rol kregen bij het verzorgen van thuiswonende ouderen – met minder geld.

Thuis ga je in jezelf zitten praten. Dat is ook niets. Al heb je dan wel altijd gelijk.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kwam vorige maand met een kritisch rapport over die hervormingen. De regering is er te makkelijk van uitgegaan dat familie en vrienden zorg zouden overnemen die niet meer door het verzorgingshuis of de gemeente geleverd kon worden, schreven de onderzoekers. Er zijn volgens het SCP te veel thuiswonende ouderen die eigenlijk tóch een instelling nodig hebben. 92 procent van de 1,37 miljoen 75-plussers woont nog thuis – ongeveer 700.000 van hen zijn naar schatting erg kwetsbaar.
Zorgen voor de hele wijk

Verpleeghuis De Burcht is gevestigd in een hoge flat middenin de Alexanderpolder. De eerste zes etages zijn het verpleeghuis (117 plaatsen), op de bovenste vier zijn zelfstandige ouderenwoningen (24 appartementen).

Aad de Kool en Fons van Hoek zitten op een ochtend in juni al vroeg aan een vergadertafeltje op de begane grond. De Kool, zilvergrijs pak, is regiomanager van Lelie zorggroep. Dat heeft verpleeghuizen in de regio Rotterdam-Rijnmond en biedt bovendien thuiszorg en vrijwel alle andere vormen van ouderenondersteuning verspreid over een groot deel van Nederland. Van Hoek, beige broek en geruit overhemd, is de baas van De Burcht.

Op pad met medewerkers blijkt dat het niet makkelijk is om voor alle ouderen in de wijk te zorgen. Soms is het even schrikken: De Burcht ziet ook hoe kwetsbaar sommige ouderen zijn die nog op zichzelf wonen.Ze wilden graag laten zien hoe ze in Rotterdam Alexander omgaan met de opdracht ouderen langer thuis te laten wonen. Allereerst door de wijk in te gaan als verpleeghuis: ze zijn er niet alleen voor de ouderen die ‘binnen’ wonen, maar voor alle ouderen in de wijk. De zorggroep heeft daarom naast het verpleeghuis ook thuiszorgmedewerkers, dagbesteding voor dementerenden, appartementen voor semi-zelfstandige bewoning, een maaltijdservice, een zorgwinkel. Er rijdt een bezorgdienst voor boodschappen van De Burcht door de wijk, er is een werkwinkel (fietsbanden plakken) en er zijn activiteiten zoals het jaarlijkse Aspergediner – bij de laatste editie kwamen 60 ouderen.

In jezelf zitten praten
Daphne Euser (28) is sociaal pedagogisch werker en leidt de dagbesteding voor dementerenden in De Burcht. Ze werkt er nu acht jaar. De afdeling veranderde vooral na 2015, door de gedeeltelijke overheveling van ouderenzorg naar de gemeente.
Die wordt vaak uitgelegd als een verkapte bezuiniging, maar voor Euser is glashelder hoe die bezuiniging eruit zag. „Eerst hadden we 130 euro per patiënt, nu 50 euro. Het is niet zo moeilijk: we hebben minder personeel, maar veel ernstiger demente patiënten op de dagbesteding door de afbouw van verzorgingshuizen. De werkdruk is dus enorm toegenomen.”
In de woonkamer zitten vier vrouwen en twee mannen. Het is ‘boekenweek’. Ze eten straks soep met vermicelliletters en boekweit als hoofdgerecht. Vanmiddag gaan ze naar kinderboeken luisteren, daarna weer in het busje naar huis. De ouderen vinden het gezellig, zeggen ze. Eén mevrouw zegt in tien minuten tijd vier keer hetzelfde. Een andere mevrouw, 93 jaar, zegt: „Thuis ga je in jezelf zitten praten. Dat is ook niets. Al heb je dan wel altijd gelijk.” Er wordt gelachen.Het gaat allemaal best, zegt Euser. Ze hebben hulp van goede vrijwilligers en meestal is het gezellig. Maar soms maakt ze zich zorgen. Ernstig dementerende mensen hebben soms loopdrang. Dan willen ze steeds weg. Euser: „Onze dagbesteding kan natuurlijk niet op slot, het is geen gesloten afdeling. Dus dan kunnen we ze soms geen dagbesteding meer aanbieden omdat ze eigenlijk al te ziek zijn. Dat was een paar jaar geleden nog niet voorgekomen.”Een paar straten verderop zit Lizette van Liere (27) op de bank bij een oudere mevrouw die ze helpt met steunkousen en medicijnen. Van Liere, rode All Stars onder een wit uniform, verzorgt samen met haar team ongeveer tachtig cliënten in de wijk. Wijkverpleegkundigen zoals Van Liere bepalen sinds 2015 hoeveel en welke zorg een oudere krijgt die nog thuis woont.

Van Liere moet ook meekijken of het nog wel gaat thuis, al probeert ze verhuizing naar een verpleeghuis zo lang mogelijk uit te stellen. „Je moet eerst kijken wie allemaal nog kunnen helpen, ook in het netwerk van de oudere. Zorg thuis is nog heel lang mogelijk, maar er zijn complexe situaties dat het echt niet meer kan. Dan zoeken we een plek in het verpleeghuis.”

Van Liere komt vaak bij een mevrouw thuis die eigenlijk te angstig is om nog thuis te wonen. Zij, een 90-plusser, is een keer overvallen en durft niet meer naar buiten. Ze wil best naar een verpleeghuis, maar daarvoor is ze nog te fit.

Voor Van Liere is het zaak om het leven thuis dan toch zo prettig mogelijk te maken. Ze hoort toch ook van de meeste ouderen dat zij liever zo lang mogelijk thuis wonen. In dit geval helpt een dochter vaak, waardoor het allemaal nog gaat. Van Liere: „Ik maak me vooral zorgen over mensen die geen familie of vrienden hebben die kunnen helpen. Dan vereenzamen ze thuis.”

Waarom geen verzorgingshuis?
Corrie Westerink-Plak (87) loopt aan de arm van verpleegster Karolina Makowska door een lange gang op de zevende etage van De Burcht. Ze draagt een ruimvallende blouse in rood, wit en blauwe accenten.

Westerink kwam hier een paar jaar geleden wonen met haar echtgenoot. Hij kon bijna niet meer lopen, werd incontinent, had veel ouderdomskwalen en hulp nodig. Al een paar maanden na de verhuizing overleed haar man, ze waren 61 jaar getrouwd.Overal in het appartement van Westerink hangen klokken. Staartklokken, staande klokken, koekoeksklokken. Tik-tik-tik-tik, en om het uur een serie diep galmende slagen.

Het ziet er hier precies hetzelfde uit als in het verpleeghuis, op de eerste verdiepingen. Een lange gang met kamers aan weerszijden, er lopen regelmatig verpleegkundigen langs. Toch is dit iets heel anders. Hier wonen ouderen in zelfstandige woningen die worden gehuurd van een corporatie, met zorg die op afroep beschikbaar is. Maar dat lijkt wel… „Inderdaad”, zegt locatiemanager Fons van Hoek, „dit komt heel dicht in de buurt van het oude verzorgingshuis. En ik zal eerlijk zijn: van mij had dat niet afgeschaft hoeven worden.”

„Hier wonen eigenlijk mensen die te goed zijn voor het verpleeghuis en te slecht om thuis te wonen.”
Westerink krijgt elke dag medicatie en wordt geholpen bij het aan- en uittrekken van steunkousen. Ze krijgt eten van het verpleeghuis. Westerink: „Ik merk wel dat ik boven een verpleeghuis woon, maar ik hoop niet dat ik zo ver weg geraak als sommige mensen hier. Soms zie ik ze beneden op de gangen en dan ben ik bang: zie ik er straks ook zo uit? Voorlopig zit ik hier boven goed.”
Verpleegster Makowska verdeelt met haar team de appartementen en de zorg op de bovenste etages. „Wij zijn de ogen en de oren van de bovenste etages”, zegt ze. „Als het niet goed gaat met iemand, dan zien wij dat snel. Hier wonen eigenlijk mensen die te goed zijn voor het verpleeghuis en te slecht om thuis te wonen. Vroeger zouden deze mensen gewoon in het verzorgingshuis terechtkomen. Hoewel, dit lijkt er natuurlijk wel veel op. Wat dat betreft had de minister niet alles hoeven veranderen.”
Westerink kijkt op haar horloge. Ze moeten snel naar boven, helpen bij het koken voor vanavond. Gearmd lopen zij en Makowska de deur uit, die zachtjes dichtslaat. Er hangt een bordje boven: ‘Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens’.
POLITIEK - VERZORGINGSHUIS TERUG?
PVV-Kamerlid Fleur Agema voorspelde al in haar boek Verzilveren (2015) dat kwetsbare ouderen het thuis te zwaar zouden krijgen door de sluiting van verzorgingshuizen. Haar partij vraagt al jaren om de terugkeer van het verzorgingshuis.
GroenLinks kwam onlangs met de initiatiefnota ‘Lachend Tachtig’. Tweede Kamerlid Corinne Ellemeet pleit daarin voor poliklinieken voor ouderen in wijken, waardoor de zorg dichterbij huis komt. Ook wil ze dat gemeenten woningen beter geschikt maken voor ouderen.
De SP presenteerde eind vorig jaar het plan voor Zorgbuurthuizen: zo normaal mogelijk uitziende woningen waar een kleine groep ouderen samenwoont en met vast personeel dat bewoners, familie en vrienden kennen.
Regeringspartijen VVD en CDA kwamen in februari met een plan voor parttime verpleeghuizen. Het is de bedoeling dat ouderen kunnen ‘wennen’ aan het verpleeghuis door er een paar dagen per week naartoe te gaan als ze veel zorg nodig hebben. Hun partners worden dan tijdelijk ontlast.
In het plan ‘Langer Thuis’ dat het ministerie van Volksgezondheid deze maand publiceerde staat onder meer dat het kabinet samenwerking tussen zorgverleners in wijken wil verbeteren en extra geld wil uittrekken voor specialisten ouderengeneeskunde. Mantelzorgers moeten beter worden ondersteund en woningen moeten worden aangepast zodat ouderen langer thuis kunnen wonen, met eventueel thuiszorg- of verpleging.
Wij gaan ervan uit met deze nieuwsbrief u voldoende te hebben geïnformeerd, wij hopen snel weer een bijeenkomst te organiseren en zien u graag daar. Zodra er nieuws is hoort u van ons.
Met vriendelijke groet,Kasper Tolboom
Voorzitter VWG

 

i-Toltree